Optellen

optellen

Snel rekenen begint met snel optellen. Optellen is belangrijk omdat het vaak ook een "tussenstop" is wanneer je vermenigvuldigt. Om snel te kunnen rekenen werk je van links naar rechts in plaats van van rechts naar links. Dat klinkt misschien vreemd of ingewikkeld, maar wordt op deze pagina uitgebreid uitgelegd.

De links-naar-rechts methode wordt gebruikt voor alle bewerkingen, dus ook voor vermenigvuldigen, delen en aftrekken.

Van links naar rechts: introductie

De meeste mensen hebben op school geleerd om berekeningen op papier van rechts naar links te maken. Echter wanner je gaat hoofdrekenen, is het veel makkelijker, logischer en sneller wanneer je van links naar rechts werkt. Je leest immers van links naar rechts, en nog belangrijker, je spreekt grote getallen ook van links naar rechts uit.

De links naar rechts methode kan het beste worden uitgelegd met een voorbeeld.

Voorbeeld: 36 + 57 = ? (van links naar rechts)

36 + 50 = 86, (tel eerst 50 op)
86 + 7 = 93 (tel daarna 7 op).
93 = antwoord

Optellen van getallen met 2 cijfers

We beginnen met het 'splitsen' van het tweede getal dat je tegenkomt. De manier waarop we splitsen is heel eenvoudig: we nemen de tientallen en de eenheden los. Het getal 32 wordt dus 30 + 2, en het getal 68 wordt dus 60 + 8. Dit 'gesplitste' getal tellen we vervolgens per gesplitst deel bij het eerste getal op. Omdat we van links naar rechts rekenen, beginnen we met de tientallen. Het helpt om de tussen stappen hardop of in je hoofd op te zeggen: in het voorbeeld hier onder zeg je dus: 52, 72, 75.

Voorbeeld: 52 + 23 = ?

Van links naar rechts optellen:
52 + 20 = 72, (tel eerst 20 op)
72 + 3 = 75 (tel daarna 3 op).
75 = antwoord

Met de volgende eenvoudige sommen kun je alvast een beetje aan de van links naar rechts methode wennen.

  1. 66 + 23 =
  2. 45 + 42 =
  3. 25 + 12 =
  4. 67 + 21 =
  5. 43 + 34 =

Dit waren relatief eenvoudige sommen: je hoefde geen getallen 'door te schuiven'. Bij de volgende sommen moet dat wel. Je kunt ze gewoon op dezelfde manier oplossen.

Voorbeeld: 66 + 27 = ?

66 + 20 = 86 (tel eerst 20 op)
86 + 7 = 93 (tel dan 7 op)
93 = antwoord

  1. 66 + 27 =
  2. 45 + 36 =
  3. 25 + 35 =
  4. 67 + 24 =
  5. 47 + 34 =

Optellen met 3 cijfers

Eigenlijk gaat optellen met drie getallen precies hetzelfde als optellen met twee getallen. Het enige verschil is dat je een extra stap hebt. We beginnen weer met het splitsen van het tweede getal. Omdat dit een getal met drie cijfers is, splits je in honderden, tientallen en eenheden. Die tel je vervolgens in die volgorde bij het eerste getal op. Dus eerst de honderdtallen, dan de tientallen en dan de eenheden.

Voorbeeld: 357 + 323 = ?

357 + 300 = 657
657 + 20 = 677
677 + 3 = 680
680 = antwoord

Probeer jezelf toe oefenen in alleen het opzeggen van de tussenstappen. Je zegt dat hardop of tegen jezelf: 357, 657, 677, 680. Hier staan enkele eenvoudig oefeningen waarbij je telksen twee getallen met drie cijfers bij elkaar optelt.

  1. 324 + 342 =
  2. 248 + 331 =
  3. 557 + 402 =
  4. 242 + 543 =
  5. 725 + 324 =

Als alles goed is gegaan heb je de bovenstaande sommen zonder al te veel problemen kunnen maken. We gaan de sommen nu nog een stapje moeilijker maken. In de vorige opgave hoefde je nog geen getallen 'door te schuiven'. In deze opgaven moet dat wel. Natuurlijk gaat dit weer op precies dezelfde manier. Voor het gemak geven we nog een voorbeeld:

Voorbeeld: 367 + 279 = ?

367 + 200 = 567 (tel eerst 200 op)
567 + 70 = 637 (tel daarna 70 op, let op 560 wordt 630)
637 + 9 = 646
646 = antwoord

Oefening:

  1. 456 + 376 =
  2. 238 + 245 =
  3. 769 + 145 =
  4. 544 + 278 =
  5. 476 + 355 =

We zijn al bijna bij het eind van de optelsommen. Als het goed is heb je je rekensnelheid al aardig verbetert. We gaan nu getallen van 3 cijfers optellen die samen groter zijn dan duizen. Dit gaat natuurlijk weer van links naar rechts. Er is alleen een ding waar je rekening mee moet houden. In ons taalgebruik zeggen we twaalf honderd voor het getal 1200 en veertienhonderd voor het getal 1400. Bij snelrekenen is dat nogal onhandig en kan het snel tot verwarring leiden. Om goed overzicht te houden in het van links naar rechts rekenen, kun je beter zeggen duizend tweehonderd wanneer je het getal 1200 omschrijft dan twaalfhonderd.

Kom je boven de duizend, spreek de duizendtallen dan los uit. Zeg dus duizend tweehonderd in plaats van twaalfhonderd. Dat leidt tot minder verwarring en is makkelijker te onthouden.

Dit zijn de laatste oefeningen. Succes!

  1. 346 + 783 =
  2. 432 + 679 =
  3. 657 + 587 =
  4. 769 + 466 =
  5. 329 + 729 =

Dit waren de basisbeginselen van snel rekenen volgens de van-links-naar-rechts methode. Als het goed is ben je al iets sneller geworden. Sneller wordt je vooral door te oefenen en de methode van deze pagina consequent toe te passen.

Meer oefeningen

Om meer te oefenen staan er op deze site een groot aantal oefeningen. Deze oefeningen kun je uitprinten zodat je ze rustig op papier kunt maken. Van iedere soort som op deze pagina staan er 80 varianten op, en twee extra voorbeelden. Daarbij staan er nog eens vijf maal 80 sommen gemixt op, zodat je de verschillende sommen ook door elkaar kunt oefenen. Dit oefenmateriaal kun je voor een klein bedrag downloaden via de onderstaande link.

Liever eerst alle reken lessen afmaken of de gratis rekentest doen? Klik op een van de onderstaande links.

Rekenles.com 2017 ©

Rekenles.com is een GRATIS website waarmee je snel leert rekenen

Lessen
Oefenen
getallen
handig

Er zijn verschillende boeken verkrijgbaar met methoden om snel te leren rekenen.

Tips, opmerkingen of vragen voor de redactie?


Iedere les duurt ongeveer een uur. In 4 uur leer je veel sneller rekenen!
Quote

"I don't believe in mathematics" - Albert Einstein